home > De bevalling van Femke
Featured Page / Article Image

Verloskundige wordt ervaringsdeskundige

“Bellen bij weeën om de vijf minuten.” Ik kan die zin inmiddels wel dromen. Ik heb het er altijd over met zwangere, en het staat natuurlijk in de voorlichtingsfolder van onze praktijk. Maar moet ik nu écht zelf gaan bellen om te zeggen dat de bevalling is begonnen?

Het is donderdag 30 oktober, vroeg in de ochtend. Het lijkt wel alsof ik buikpijn heb. Zouden het weeën zijn, of moet ik gewoon naar de wc? De uitgerekende datum nadert, dus het zou best wel kunnen. Als de buikpijn niet over gaat, besluit ik mijn vriend wakker te maken. Hij heeft vandaag een late dienst, maar ik vertel hem alvast voorzichtig dat van werken waarschijnlijk weinig komt vandaag. Ik heb liever dat hij thuis blijft. Misschien is het wel begonnen.

De ochtenduren zijn nog relaxed. Mijn vriend laat de hond uit en poetst het huis. Ik werk nog even een stapel was weg. Die fanatieke poging moet ik toch redelijk snel staken. Die buikpijn, ja… dat zijn weeën. Het kan niet anders. Hoe het voelt? Het is heel lastig te beschrijven, maar iets vertelt me dat de bevalling is begonnen.

“Bellen bij weeën om de vijf minuten.” Volgens die regel is het moment aangebroken om de telefoon te pakken. Ik bel collega Marieke en even later staat ze op de stoep. Ik ben er nog heilig van overtuigd dat het kan afzakken. “Als ik een 2 cm ontsluiting heb, ben ik al blij”, zeg ik opgewekt. Het blijkt al ruim vier centimeter te zijn. Gelukkig is mijn vriend niet gaan werken.

Na het bezoek van Marieke worden de weeën heviger. Ik parkeer mezelf in bad. Mijn vriend op een krukje naast me. Hij mag niet meer van mijn zijde wijken. Nee, ook niet om nog even beneden naar het toilet te gaan. Hier blijven! De steun is hard nodig. Het is fijn om dit samen te kunnen doen. Alleen dat in mijn gezicht blazen bij het meezuchten, dat hoeft niet. Ik spreek hem er toch maar even op aan.

Als de pijn heviger wordt, verhuizen we naar de slaapkamer. Ik wil even rustig gaan liggen op bed. Maar die rust kan ik niet meer vinden. Ik weet me geen houding te geven. De pijn wordt erger, de weeën komen vaker. Hoe laat zou Marieke weer komen? Misschien moet ze gewoon nu weer komen. En net op dat moment gaat de deurbel. Ze is er weer, op de eerder vandaag afgesproken tijd. Het is al drie uur ’s middags. De tijd is voorbij gevlogen.

“Als ik nog steeds 4 centimeter ontsluiting heb, gaan we naar het ziekenhuis.” Als je me dit enkele weken geleden had gezegd, had ik je voor gek verklaard. Nu zeg ik het echt. Ik vind het even niet meer leuk. De opluchting is groot als Marieke vertelt dat ik al bijna 8 centimeter ontsluiting heb. “Als ik je vliezen breek, help ik je er in twee uur doorheen.”

Ik besluit nog even af te wachten. Het gaat nu al zo hard. Ik wil even rust, eigenlijk even alles op pauze zetten. Aangezien er geen afstandsbediening bij mijn lichaam zit, is dat onmogelijk. Omdat de druk blijft toenemen, besluit ik dat mijn vliezen toch gebroken mogen worden. Marieke vraagt aan Lody hoe laat het is. “Kwart over…” Ik onderbreek hem snel. Ik wil het niet weten.

Ik wil verticaal bevallen, op de baarkruk. De kruk werd klaargezet. Ik neem plaats, maar bij de eerste de beste wee vlieg ik alweer omhoog. Op handen en voeten op de rand van het bed dan maar. Nee, dat is het ook niet. Horizontaal proberen, op bed. Ja, dat voelt een stuk prettiger. Ik denk dat mijn lijf aangeeft dat de horizontale houding ervoor zorgt dat het minder snel gaat.

Ik heb het gevoel dat ik het niet trek. Wat een heftigheid. Ik ga flink geluid maken, ik krijg de wee niet meer weggezucht. Het lucht wel op, maar eigenlijk wil ik helemaal niet schreeuwen. Ik heb altijd zo’n hekel aan vrouwen die dat tijdens de bevalling. doen Maar ja, ik kan niet anders. “Lucht dat op”, vraagt Marieke. Ja! “Nou, lekker schreeuwen dan.”

Even wil ik het nog niet geloven. Is het echt zo ver? Als ik zelf met mijn handen het hoofdje voel geloof ik het. De rest van het lichaampje komt ook. Een huiltje, de hand van mijn vriend die haar mee aanpakt. En dan je eigen dochter op je buik. Ze is er! Ze huilt! Suus is haar naam. Het is het mooiste wat je kan overkomen. En alle pijn was ik in één keer vergeten. Wat is ze mooi en wat is ze klein.Suus